Er zijn verschillende manieren om de zwangerschap af te breken. Welke manier voor jou de beste is, hangt af van hoe lang je al zwanger bent. Overtijdbehandeling: 7 tot 16 dagen overtiijd | Voorgesprek |
Als je nog maar heel kort zwanger bent (korter dan zeven dagen overtijd), wordt de behandeling uitgesteld. Anders is er een kans dat de behandeling niet lukt. Vanaf dat je een week overtijd bent kan de behandeling wel worden uitgevoerd.
Abortuspil: 7 weken overtijd
De abortuspil kun je tot zeven weken na het begin van je laatste menstruatie gebruiken. Er zijn twee verschillende medicijnen. Op de eerste dag van de behandeling krijg je een medicijn dat ervoor zorgt dat het zwangerschapshormoon niet meer werkt. Twee dagen later neem je een ander medicijn dat buikkramp veroorzaakt en een 'miskraam' opwekt. Dit kan een aantal uren duren. Als je de abortuspil slikt, kun je last krijgen van misselijkheid, diarree en soms hevig bloedverlies. Voordeel van de abortuspil vergeleken met de andere behandelingen is dat je gewoon thuis bent.
Zuigcurettage: 6 tot 12 weken overtijd
Ben je zes tot ongeveer twaalf weken zwanger en heb je nog nooit een kind gebaard? Dan kan de zwangerschap afgebroken worden met een zuigcurettage. Dat werkt zo. De baarmoedermond wordt gedesinfecteerd en plaatselijk verdoofd. Daarna wordt de baarmoedermond iets opgerekt zodat er een plastic zuigbuisje kan worden ingebracht. Met dit buisje wordt de vrucht weggezogen. Je voelt dan waarschijnlijk een vrij hevige, maar korte menstruatiekramp. De hele ingreep duurt bij elkaar vijf tot vijftien minuten. Naderhand kun je enkele dagen last hebben van buikkrampen. Ook kun je bloed verliezen, ongeveer net zoveel als bij een normale menstruatie.
Na de behandeling krijg je een recept voor antibiotica en een informatiebrief mee. In deze brief staan aanwijzingen en tips voor de periode na de abortus.